«Kinshasa Beta Mbonda» : straatboeven veranderen in muzikanten (CongoForum)

KINSHASA – Op het internationaal documentairefestival in het Franse Biarritz (Fipadoc) is de prent « Kinshasa Beta Mbonda » te zien. Deze documentaire van de Belgische cineaste Marie-Françoise Plissart toont hoe kuluna’s, straatboefjes, zich omvormen tot ernstige muzikanten en percussionisten.

Radio France Internationale had een gesprek met de documentairemaakster.

« Kinshasa Beta Mbonda » dompelt de kijker onder in het leven in de volkswijk Barumbu (Kinshasa). Wat heeft u deze film doen maken?

Marie-Françoise Plissart : “Ik heb er altijd van gedroomd om te improviseren en iets te maken met mensen die uitvinden. Verder heb ik altijd al naar Kinshasa willen gaan. Het is een plek waar alle soorten sterke energie samenkomen: de energie van muzikanten, vroegere bandieten, en mezelf, afkomstig uit Brussel in België. Opeens was er die mélange tussen hen en mij. Het was heel boeiend, maar ook heel moeilijk”.

Hoe vond u deze muzikanten, die vroeger als boeven door het leven gingen ?

Plissart: “Een vriend van me kende hen als muzikanten en had ook weet van hun geschiedenis. Hij had mijn boeken over Kinshasa gelezen en dacht dat ik de geknipte persoon was. Aanvankelijk was ik bang, een film maken is moeilijk. We hadden veel tijd nodig om elkaar te leren kennen. Zo kwamen we tot wat de film nu is, een product met een grote vertrouwensband tussen hen en mij”.

Osmose

Wat heeft deze vroegere criminelen doen beslissen om hun leven om te gooien en percussionisten te worden?

Plissart: “Eén van de twee meesters in de film zag hoe deze jongens bandieten werden. Hij overtuigde hen om muziek te gaan maken. Eerst brak hij het ijs door hen drank en sigaretten aan te bieden. Daarna kregen de jongens zin om muzikanten te worden, zij zagen dat de meester veel reisde. Er was een osmose. Misschien had de meester ook de behoefte om zijn kennis door te geven. Hij kende alle soorten muziek van Congo, en had naar ritmes gezocht in de dorpen. Hij wilde dat overdragen”.

Kinshasa kennen we als een stad die voortdurend in beweging is. Het is lastig om er een film te draaien. Hoe lukte het u om daar zulke mooie, poëtische beelden te filmen?

Plissart: “Het is ook een kwestie van tijd. Aanvankelijk, toen ik er na de eeuwwisseling naartoe reisde, maakte het me vreselijk zenuwachtig. Nu begrijp ik het. Verder filmde ik hen, de sterren. De mensen rondom hen hadden niet het gevoel dat ze werden gefilmd. Natuurlijk werd ik meteen aangehouden door de politie. Het verbaasde me niet. Samen met de man van de geluidsopnames zei ik tegen de agenten: ‘Lees de brief die me de toestemming geeft om te filmen’. Wij gaan jullie filmen”.

« De agenten waren tevreden omdat ze werden gefilmd. Zo keerde de sfeer. Als we één van die agenten terugzagen, was die altijd blij om ons te zien. Ik ben ook altijd in dezelfde wijk gebleven. Op de eerste dagen werd er naar ons geroepen, daarna raakten de mensen eraan gewend. Ik leek doorschijnend te zijn geworden”.

Geen zin in miserie

De protagonisten in de film schetsen Kinshasa als een stad met veel problemen en smarten. Maar voor het oog van uw camera verandert de armoede in schoonheid, de stappen worden een choreografie, de gestes uit het dagelijkse leven worden muziek. Een koeienvel, capsules, een wasmachine, alles verandert in ritme. Welke beelden had u in uw hoofd voor u begon te draaien?

Plissart: « Ik heb helemaal geen zin om miserie te filmen. Dat interesseert mij in het geheel niet. Politiek interesseert me wel. In hun woorden hoor je veel geklaag. Ze praten over de catastrofe van het land. Ik heb interesse in hen. Zij zijn geweldig en mooi. Het zijn belangrijke mensen, ik bewonder hen en ik heb hen met veel plezier gefilmd”.

Uw camera staat altijd op de goeie plek. Zelf zegt u dat sommige scènes opnieuw werden gemaakt. De muzikanten kregen betaald voor de film. Waar ligt volgens u de grens tussen een documentaire en fictie?

Plissart: « Ik denk meteen aan de lichtheid. Ik regisseer en heb de camera, daarnaast is er de man van het geluid. We zijn alleen maar met ons tweetjes. En met een Congolese assistent. Dat maakt het allemaal formidabel licht. Als we graag iets willen doen, doen we het ook gewoon, de verbodsbepalingen niet te na gesproken. In Kinshasa is alles normaal gezien onmogelijk maar evengoed mogelijk, je kan er improviseren, uitproberen enzovoort. Uiteindelijk laten ze je alles doen wat je maar wil. Het volstaat om met iedereen te babbelen. Ik voelde bij hen een creatieve vrijheid. Ze hebben maar één minuut nodig om iets te improviseren”.

Scène op begraafplaats

Zagen de muzikanten de film?

Plissart: “Zij hebben de film gezien, ja. Dat was erg belangrijk. Het was het eerste wat we moesten doen. Ze waren in de wolken. De producer moest ook komen voor de voorstelling maar spijtig genoeg werd ze om administratieve redenen tegengehouden aan de grens. Aan elk van de muzikanten vroeg ik wat hun favoriete moment in de film was. Velen spraken toen over de scène op de begraafplaats, toen ze weenden over een gestorvene. Van de tien die te zien zijn in de prent, is er al één overleden, kort na het draaien van de film. In Kinshasa wordt er veel gestorven. De levensverwachting is er maar 46 jaar”.

Kan iemand die in Kinshasa bij een gewelddadige bende was zijn slechte reputatie uitwissen door muzikant te worden?

Plissart: « Volgens mij is de kijk op deze jongens echt veranderd. Mijn gevoel is dat het zo buitengewoon is om een film te maken dat hun verleden naar de achtergrond verdween”.

Op één moment in de film doen jonge kinderen de ouderen na door een soort ‘baby-groove’ te improviseren. Gaat Kinshasa Beta Mbonda ook over het overdragen van dingen ?

Plissart: “Absoluut. Die scène ging er in de rapte mee in. Ik had de kinderen niet gevraagd om zoiets te doen. Het was een cadeau. De film gaat echt over het overdragen van iets. En over kracht en generositeit. Ze hebben veel zin om dat allemaal te doen. Ze praten allemaal over overdracht, dat drijft hen”.

Warmer beeld van Kinshasa

U kent Kinshasa nu al 20 jaar. Op welke manier heeft deze groep muzikanten uw beeld van Kinshasa veranderd?

Plissart: “Mijn beeld van Kinshasa is nu warmer. Wanneer ik er naartoe ga, is het alsof ik mijn broers terugvind. Dat is wat er is veranderd in mijn hart. Maar de stad zelf blijft maar aftakelen. Op mijn foto’s uit 2000 zie ik dat er toen bijna geen auto’s waren. Tegenwoordig kan je in Kinshasa niet meer ademen. Zij rijden met alle auto’s die bij ons niet meer toegestaan zijn, wagens die zwart stof uitspuwen. De stad gaat verder achteruit. En de staat doet niets. De mensen zijn woedend ».

© CongoForum, 22.01.20

Vrij vertaald en bewerkt voor CongoForum (redactie)

Kinshasa Beta Mbonda, een documentaire van Marie-Françoise Plissart, te zien op het festival Fipadoc 2020 in Biarritz.

Leave a Comment

You must be logged in to post a comment.