De overgangsinstellingen in Congo (AFP)

Op 13 mei 2005 keurde de Congolese Nationale Assemblee de toekomstige grondwet goed. Op 18 december 2005 moet de Congolese bevolking via een referendum uitmaken of ze deze tekst al dan niet aanvaardt. Op 17 juni 2005 werd het transitieproces verlengd tot 31 december 2005. Normaal moest de transitie op 30 juni 2005 worden voltooid.

In april 2003 werden belangrijke teksten in Sun City (Zuid-Afrika) goedgekeurd. Deze teksten waren het resultaat van de intercongolese onderhandelingen. Het ging onder meer om een overgangsgrondwet en afspraken over de machtsdeling op politiek en militair vlak.

PRESIDENT EN VICE-PRESIDENTEN

De afspraak is dat de Congolese president die in functie is bij de bekendmaking van de overgangsgrondwet aanblijft tot het transitieproces is voltooid. Joseph Kabila werd de nieuwe president in januari 2001, na de moord op zijn vader Laurent-Désiré Kabila. De nieuwe president legde op 7 april 2003 de eed af op de nieuwe grondwet.

Vier vice-presidenten legden op 17 juli de eed af. Zij vertegenwoordigen de diverse stromingen uit de intercongolese dialoog. De vice-presidenten zijn:

– Abdoulaye Yerodia Ndombasi: regeringscomponent, belast met Heropbouw en Ontwikkeling

– Azarias Ruberwa: Rassemblement congolais pour la démocratie (RCD,

vroegere rebellenbeweging die steun kreeg van Rwanda), verantwoordelijk voor de commissie Politiek, Defensie en Veiligheid

– Jean-Pierre Bemba: Mouvement de libération du Congo (MLC, vroegere rebellenbeweging die aanleunde bij Oeganda), verantwoordelijk voor de commissie Economie en Financiën

– Arthur Zahidi Ngoma: uit de politiek oppositie, verantwoordelijk voor de commissie Sociale en Culturele Zaken

OVERGANGSREGERING

De overgangsregering bestaat uit 36 ministers en 25 vice-ministers. RCD, MLC, politieke oppositie en de vroegere regering hebben elk 7 ministers en 4 vice-ministers. De civiele maatschappij kreeg in de regering 2 ministers en 3 vice-ministers.

RCD-ML en RCD-N (kleinere ex-rebellengroeperingen) en de Mai Mai (paramilitaire milities) kregen ieder 2 ministers en 2 vice-ministers. Binnenlandse Zaken en Financiën gingen naar de ex-regering, Defensie en Economie naar RCD, Buitenlandse Zaken en Begroting naar MLC. De overgangsregering trad officieel aan op 30 juni 2003.

OVERGANGSPARLEMENT

De Nationale Assemblee telt 500 zitjes. Het voorzitterschap van de Assemblee Nationale komt in principe toe aan de MLC. De vijf strekkingen uit de intercongolese dialoog (RCD, MLC, ex-regering, politieke oppositie en civiele maatschappij) kregen elk 94 zitjes. De resterende mandaten gingen naar RCD-ML (15), RCD-N (5) en de Mai Mai (10).

In de Senaat zijn er 120 zitjes. RCD, MLC, ex-regering, politieke oppositie en civiele maatschappij kregen ieder 22 zitjes. De overige mandaten kwamen in handen van RCD-ML (4), RCD-N (2) en de Mai Mai (4).

Het parlement werd op 22 augustus 2003 geïnstalleerd. Olivier Kamitatu Etsu werd de voorzitter van de Nationale Assemblee, monseigneur Pierre Marini Bodho kreeg het voorzitterschap van de Senaat. Op 7 december 2005 verklaarde Kamitatu dat hij de voorzitter van de Nationale Assemblee zou blijven, ondanks het feit dat hij uit zijn partij (MLC) was gezet.

VEILIGHEID EN LEGER

Volgens het Globaal Akkoord kwamen de vroegere strijdende partijen overeen dat een nieuw nationaal, beter gestructureerd en eengemaakt leger moest worden samengesteld. In de nieuwe commandostructuur is sprake van 10 militaire regio’s plus Kinshasa. De nieuwe legertop van de Congolese strijdkrachten (FARDC) trad op 5 september 2003 in functie. De organieke wet inzake het toekomstige leger werd pas in juni 2004 goedgekeurd.

GOUVERNEURS

President Joseph Kabila benoemde per 16 mei 2004 de gouverneurs en vice-gouverneurs in de 11 provincies. Vertegenwoordigers van de vroegere regering kregen de gouverneursposten in de stadsprovincie Kinshasa en de provincies West-Kasai en Beneden-Congo.

In de Evenaarsprovincie en Bandundu gingen de gouverneursposten respectievelijk naar de civiele maatschappij en de MLC. Zuid-Kivu wordt bestuurd door iemand van de politieke oppositie. In Noord-Kivu komt de gouverneur van het RCD. De Oostelijke Provincie en Katanga worden bestuurd door gouverneurs van de Mai Mai. RCD-ML en RCD-N hebben het voor het zeggen in Maniema en Oost-Kasai.

Ondertussen werden diverse gouverneurs reeds vervangen.

Volgens de transitieafspraken moeten binnen de 24 maanden na de installatie van de overgangsregering verkiezingen worden gehouden. Die periode kan echter met zes maanden worden verlengd, en eventueel een tweede keer met zes maanden worden uitgebreid. Dit moet gebeuren op voorstel van de onafhankelijke verkiezingscommissie (CEI) en op basis van een gezamenlijke beslissing van de Nationale Assemblee en de Senaat. Deze beslissing moet ook voldoende worden gemotiveerd.

© AFP, 14.12.05

Leave a Comment

You must be logged in to post a comment.