De Congolese micro-ondernemingen en KMO’s

Op zoek naar een definitie

De kleine productie-eenheden omvatten alle economische activiteiten, of ze nu door een persoon of door een groep mensen werden gestart. Je vindt ze terug in alle sectoren van de economie. De micro-onderneming werd aanvankelijk geleid door vrouwen, die in het algemeen een minder goede opleiding genoten en in mindere mate aanwezig waren op de formele arbeidsmarkt. Geleidelijk werd ze echter een toevluchtsoord voor alle werklozen, ambtenaren en personen met een klein inkomen, omdat de oprichting ervan minder inspanningen vereist. Op die manier worden jobs gecreëerd en leren jongeren hun vak in de praktijk door verschillende beroepen uit te oefenen. Betaalbare goederen en diensten worden aan de bevolking aangeboden, en vaak worden ook belastingen aan de overheid betaald. Kenmerken van de kleine onderneming

De stedelijke micro-onderneming is sterk aanwezig in de dienstensector, vooral in de kleinhandel. De kleine Congolese ondernemers, die zeer vaak over een professionele bedrevenheid en een traditie van handel drijven beschikken, zijn grotendeels afkomstig uit bevolkingsgroepen die vooral bekend zijn om hun ondernemerstalent. De meesten starten rond de leeftijd van dertig of veertig jaar, na een succesvolle carrière, met een eigen zaak. De belangrijkste rol die de micro-ondernemingen op sociaal vlak spelen, situeert zich op het niveau van de werkgelegenheid. Ze bieden namelijk aan de overgrote meerderheid van de bevolking, in het bijzonder in de steden, de kans om te werken.

De studies, uitgevoerd bij talloze KMO’s, tonen echter aan dat hun startkapitaal laag is (tussen de 1.000 en 5.000 dollar). Dit geld is in het algemeen uit eigen middelen afkomstig. Vaak gaat het om spaargeld.

Een van de grootste moeilijkheden waar de ondernemingen mee geconfronteerd worden, is het verkrijgen van een lening. Steeds vaker leveren Congolezen uit de diaspora een betekenisvolle bijdrage tot de vorming van een startkapitaal en de aankoop van de vereiste uitrusting. Zelden wordt een beroep gedaan op extern kapitaal, wat belangrijke investeringen, het vermogen om risico’s te nemen en een plaats op de internationale markt belemmert. De commerciële globalisering is erg beperkt, want slechts vier op de honderd micro-ondernemingen voeren afgewerkte producten en grondstoffen uit naar de rest van de wereld.

Uit een empirische studie, in 2000 uitgevoerd door het CADICEC, blijkt dat 69,87 procent van de KMO’s recent werden opgericht. Vooral wanneer de crisis verergert, worden ze gecreëerd. De ondernemingen hebben in het algemeen een levensduur van ongeveer vijf jaar en zijn actief in alle sectoren (zeepziederij, veeteelt, visserij, landbouw, koekjesproductie, banketbakkerij, horeca, bakkerij, algemene handel, openbaar vervoer, gezondheidszorg, haartooi, mode, farmacie, fotografie, decoratie, timmerwerk, enzovoorts). De meest gangbare activiteiten blijven echter die met een grote speculatieve waarde. Verschillende verkennende analyses tonen ook aan dat voor alle activiteiten het gemiddelde inkomen van bedrijfsleiders goed te vergelijken is met het minimumloon dat geldt in de "moderne" sector, zowel privé als publiek.

De neiging van oprichters om zich te verenigen en te hergroeperen bij de oprichting van een kleine onderneming is zeer klein. Iedereen werkt liever alleen of met familieleden. Die individualistische houding wordt veroorzaakt door het gebrek aan vertrouwen tussen partners. De productie-eenheden worden immers heel vaak gekenmerkt door instabiliteit. Dat heeft te maken met hun korte levensduur, een moeilijke sociaal-economische omgeving en een onaangepast administratief en juridisch kader.

Nieuwe informatietechnieken of computers worden zelden of nooit gebruikt in de Congolese KMO’s. Het gebrek aan openheid naar de buitenwereld, het tekort aan en de ouderdom van "virtuele instrumenten" worden niet als belangrijk, noch als een beperking beschouwd. Het vermogen om belangrijke beslissingen te nemen en om een complex, strategisch spel te spelen op lokale en nationale schaal, is uitermate beperkt.

Aan de basis van de stagnatie en de instabiliteit van veel micro-ondernemingen ligt met name zowel het gebrek aan rationeel beheer en ondernemingsgeest als de ontoereikendheid van de macro-economische en culturele omgeving in verhouding tot de uitdagingen van het moment. Bovendien beperkt het grootste deel van de micro-ondernemers zich tot overlevingsactiviteiten, want de functie die de KMO’s verworven hebben, is eerder sociaal dan economisch.

Ondanks het feit dat de micro-onderneming wel degelijk bestaat, wordt ze tegenwoordig aan haar trieste lot overgelaten. Ze maakt een crisis door die eigen is aan alle activiteiten. De vertegenwoordigers van de staat verstikken haar ontwikkeling door talrijke belastingen en andere administratieve verplichtingen. Maar toch zijn het de micro-ondernemingen die, rekening houdend met de ontwrichting van de traditionele economische structuren, talloze huishoudens de kans boden om hun levensomstandigheden te verbeteren. Het informele karakter van deze activiteiten kan niet langer worden ingeroepen om het gebrek aan omkadering door de politiek te verrechtvaardigen.

Nood aan een herstelbeleid

Zoals we kunnen vaststellen, worden de kleine Congolese ondernemingen gekenmerkt door een dynamiek die schreeuwt om advies en omkadering, zodat er nieuwe, veelbelovende markten en niches kunnen worden aangeboord. De ontwikkeling van hun activiteiten gaat onvermijdelijk gepaard met de diversifiëring van producten en de exploitatie van nieuwe markten. Er zijn echter maar weinig voorbeelden van succesverhalen, omdat de ondernemingen geen enkele steun krijgen.

Bij gebrek aan een degelijke omkadering fungeren de micro-ondernemingen slechts zelden als hefbomen voor de nationale economie. Die situatie is te wijten aan het feit dat er geen voluntaristische en doeltreffende politiek is die de kleine ondernemingen promoot. Om deze kleine ondernemingen een van de hefbomen voor de groei van de nationale economie te laten worden, moeten ze eerst en vooral groeien en een meer duurzame basis krijgen. Vandaar dat er dringend nood is aan een strategie die de micro-bedrijven promoot en hun leefbaarheid ondersteunt. Die strategie moet een onderdeel worden van een algemene veranderingspolitiek in Congo.

© CongoForum, professor Placide Muamba Mulumba, 23.09.05

met dank aan de Lessius Hogeschool (Antwerpen)

BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES

– MUAMBA, M.N., Relativité culturelle et management des entreprises africaines : Le cas du Zaïre, Cahier Orange, N°39, décembre 1993.

– MUAMBA, M.N. et POTAKEY, A., Immigrants of African and entrepreneuship, International Council for Small Business, 44°ICSB World Conference, Edizioni Scientifiche Italiane, june 1999, Naples, Italy.

– MUAMBA, M.N. Système socioculturel de l’entrepreneur et appui aux PME locales, Ecole des Hautes Etudes Commerciales de Motréal, Actes du 13° Colloque annuel, ccsbe-ccpme, Montréal, novembre 1996, Canada.

– MUAMBA, M.N. et POTAKEY, A.,Vivre et entreprendre en Belgique : Le cas des micro – entrepreneurs congolais, CADICEC-Information, N°85/86, 2001, Kinshasa, Congo.

Leave a Comment

You must be logged in to post a comment.